Home Nederland In hoger beroep tot een jaar cel onvoorwaardelijk geëist tegen vier klanten in ‘Valkenburgse zedenzaak’

In hoger beroep tot een jaar cel onvoorwaardelijk geëist tegen vier klanten in ‘Valkenburgse zedenzaak’

“Op de eerste twee zittingsdagen in hoger beroep verschenen dertien van de twintig verdachten. Zij hadden hartverscheurende verhalen over de gevolgen die de strafbare feiten voor hen hadden en hebben. Tegenover deze ellendige verhalen staan de eveneens ellendige verhalen van het slachtoffer en andere minderjarige prostituees, die veelal slachtoffer zijn van pooierboys. Deze zaken en de al uitgesproken strafeisen moeten wel een preventieve werking hebben, zeker als er verdachten daadwerkelijk voor langere of kortere tijd achter de tralies verdwijnen. Eén pooierboy minder is tenminste één minderjarige prostituee minder, bij één klant minder is een minderjarige prostituee tenminste één keer minder misbruikt.”

Dat stelde de advocaat-generaal (OM) in Den Bosch in zijn requisitoir op de derde zittingsdag in hoger beroep in de ‘Valkenburgse zedenzaak’. Hij eiste tegen vier mannen straffen variërend van twaalf maanden cel onvoorwaardelijk tot twintig weken cel waarvan veertien weken voorwaardelijk plus een werkstraf van 120 uur. De vier worden door het OM gezien als klanten van het 16-jarige meisje dat door pooierboy Armin A. seksueel werd uitgebuit in de periode 29 september tot en met 14 oktober 2014 onder meer in een hotel in Valkenburg. In de visie van het OM hebben de vier klanten, thans tussen de 23 en 49 jaar, zich schuldig gemaakt aan het tegen betaling plegen van ontucht met het minderjarige meisje. Op de eerste twee zittingsdagen, 30 november en 6 december jl., werden ook al de zaken tegen in totaal twintig verdachten behandeld.

De zaak kwam aan het licht naar aanleiding van een melding van vermissing van het meisje door haar vader. De politie nam de vermissing in onderzoek en kwam haar (profiel) tegen op een sekssite. Ze werd op 14 oktober 2014 aangetroffen in een hotelkamer in Valkenburg samen met haar ‘vriend en pooierboy’ Armin A. en een andere man die een klant van haar bleek te zijn. Bewijsmateriaal, zoals gebruikte condooms en de werktelefoon van het meisje, werd in beslag genomen. Het meisje verklaarde dat ze, onder invloed en dwang van Armin A., in de prostitutie terecht kwam en gemiddeld tenminste 4 à 5 klanten per dag had in de periode 29 september t/m 14 oktober 2014. Zij sloeg van personen die als klant bij haar kwamen en daadwerkelijk seksuele handelingen met haar verrichtten, de naam dan wel een bijzonder kenmerk op in haar werktelefoon. Het politieonderzoek naar deze telefoongegevens (nummers, berichten en mastgegevens) en het aangetroffen bewijsmateriaal waarnaar DNA onderzoek werd verricht, leverde tientallen klanten op. Ook meldde zich, naar aanleiding van alle publiciteit in de zaak, een aantal personen zelf, die ‘zakelijk’ contact hadden gehad met het meisje.

Het OM vervolgde niet alleen de mensenhandelaar; hij is onherroepelijk veroordeeld tot twee jaar cel, maar ook meer dan dertig klanten. “De andere kant van seksuele uitbuiting is dat er klanten zijn die de “markt” voor deze vorm van mensenhandel in stand houden, waarbij helaas ook regelmatig minderjarige prostituees betrokken zijn. Ook daar treedt het OM hard tegen op”, zo stelde de advocaat-generaal.

De rechtbank legde aan de klanten merendeels één dag gevangenisstraf gecombineerd met een werkstraf op. Eén verdachte werd vrijgesproken. De officier van justitie had veelal maandenlange celstraffen geëist al dan niet deels voorwaardelijk. Het OM stelde hoger beroep in tegen de uitspraken van de rechtbank. Het hoger beroep richt zich tegen de door de rechtbank opgelegde (in de visie van het OM te lage) straffen en het gegeven dat de rechtbank, zo vindt het OM, in strijd met de bedoeling van de wet in een groot deel van de zaken een taakstraf zonder substantiële celstraf heeft opgelegd.

De advocaat-generaal stelde dat substantiële onvoorwaardelijke gevangenisstraffen op zijn plaats zijn omdat deze strafsoort recht doet aan de ernst van de feiten en de ernstige gevolgen voor het meisje. “Minderjarigen moeten beschermd worden tegen seksueel misbruik. Duidelijk moet zijn dat het bezoeken van een minderjarige prostituee voor de klant volstrekt onaanvaardbaar is. Het is daarom strafbaar en dient ook met aanzienlijke straffen bedreigd te worden. Seks met een kind tegen betaling is vanwege de minderjarige leeftijd per definitie strafbaar. Ook als het slachtoffer het zelf wilde of leek te willen, en ook als de prostituant dacht dat hij betaalde voor seks met een volwassene. Een minderjarige prostituee wordt vanwege zijn of haar kwetsbaarheid per definitie uitgebuit. De prostituant moet zich bewust zijn van de grote schade die door zijn handelen wordt toegebracht aan minderjarigen.” Het verschil in strafeis bij deze tien verdachten is te relateren aan de ernst en frequentie van het seksueel misbruik en de persoonlijke omstandigheden van de verdachten al dan niet toegelicht op de zitting.

In drie gevallen eiste de advocaat-generaal naast een lagere dan bij de ernst van de feiten passende onvoorwaardelijke celstraf, die overigens in de visie van het OM nog steeds substantieel is, ook nog een werkstraf. Twee van de drie verdachten waren aanwezig op de zitting. Hun toelichting en houding op zitting maakte dat de advocaat-generaal vindt dat deze eis het meest passend is. In het derde geval gaf een zeer recent opgemaakte gedragskundige rapportage daartoe aanleiding.

De strafeisen van vandaag zijn:

12 maanden onvoorwaardelijk: een maal
8 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk plus een werkstraf van 120 uur: een maal
20 weken waarvan 14 weken voorwaardelijk plus een werkstraf van 120 uur: twee maal

Op de laatste zittingsdag, 14 december as., worden de zaken van nog eens drie klanten behandeld.

Laad meer Nederland
Reageren niet mogelijk

Bekijk ook

Slechte week voor de Graafschap na puntverlies tegen Jong AZ en GA Eagles

Afgelopen week had de Graafschap een slechte week; het eerste verlies dit seizoen was een …