Home Nederland Veel naoorlogse stadswijken sociaaleconomisch zwak

Veel naoorlogse stadswijken sociaaleconomisch zwak

De ruim 710 duizend inwoners van stadswijken die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd, zitten vaker in de bijstand dan de inwoners van de meeste andere wijken. Zij leven ook vaker rond het sociaal minimum, wonen vaker in een huurwoning en zijn vaker alleenstaand. Dat meldt het CBS in het eerste bericht in een reeks over woonwijken die zijn gebouwd tussen 1945 en 1965.

Een kwart van de naoorlogse stadswijken werd in 2007 als Krachtwijk geïntroduceerd. De naoorlogse wijken worden dan ook vaak geassocieerd met sociaaleconomische achterstanden. Wie wonen in naoorlogse wijken? Is de bevolkingssamenstelling en sociaaleconomische situatie van de bewoners van deze wijken anders dan die in de steden en in de rest van Nederland?

68 naoorlogse wijken in 30 grote gemeenten

Het CBS heeft onderzoek gedaan naar sociaaleconomische kenmerken van naoorlogse wijken in de 42 grootste gemeenten van Nederland in 2016. Op basis van een aantal criteria zijn uit deze gemeenten 68 wijken geselecteerd. Deze wijken bevinden zich in 30 van deze gemeenten. In 2016 woonden in deze wijken 711 duizend inwoners, ruim 4 procent van de bevolking. Ruim de helft woont in de Randstad. De Rotterdamse wijk Charlois is met 66 duizend bewoners de grootste naoorlogse wijk.

Vaker corporatiewoningen in naoorlogse wijken

In de onderzochte naoorlogse wijken staan relatief meer sociale huurwoningen dan  gemiddeld in de 42 grootste gemeenten en Nederland. In 2015 was 47 procent van de huizen in naoorlogse wijken in handen van corporaties, tegen 30 procent van de woningen in heel Nederland. In de wijken Heechterp (Leeuwarden), De Kolenkit en Slotermeer Zuid-West (Amsterdam) bezitten corporaties ten minste zeven op de tien woningen. Het aandeel koopwoningen in de naoorlogse wijken  ligt  dan ook ruim onder het landelijk gemiddelde.

In 2016 was de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Nederland 209 duizend euro. In circa negen op de tien naoorlogse stadswijken lag de gemiddelde WOZ-waarde daar onder. Ook waren de huizen in ruim 80 procent van deze wijken minder waard dan gemiddeld in de betreffende stad. Huizen in naoorlogse wijken zijn relatief vaak corporatiewoningen.

Veel mensen jonger dan 45 jaar

In naoorlogse wijken wonen relatief veel jonge mensen. In 2016 was30 procent 25 tot 45 jaar oud, bijna één op de drie was  jonger dan 25 jaar. In heel Nederland was dit gemiddeld iets minder dan 29 procent.

Het aandeel 65-plussers in naoorlogse wijken ligt  met 17 procent iets boven dat in de grootste gemeenten (15 procent). Het aandeel 65-plussers verschilt sterk tussen de naoorlogse wijken. Ouderen zijn vooral te vinden in naoorlogse stadswijken buiten de Randstad, zoals in Arnhem en Emmen. Jongeren tussen 15 en 25 jaar wonen met name in naoorlogse wijken van (studenten)steden als Amsterdam, Leiden en Utrecht.

Bewoners naoorlogse wijken vaker in de bijstand

Eind 2016 had ruim 7 procent van de bewoners van naoorlogse wijken een bijstandsuitkering. Dit aandeel ligt aanzienlijk boven het Nederlands gemiddelde (3 procent) en ook boven dat van de grootste gemeenten  (4,7 procent). In bijvoorbeeld Heechterp (Leeuwarden), Slotermeer (Amsterdam) en Moerwijk (Den Haag) ontvangen relatief veel mensen bijstand. In wijken met veel bijstandontvangers is ook het aandeel inwoners met een werkloosheidsuitkering doorgaans bovengemiddeld.

Ook ontving 8,2 procent van de bewoners van naoorlogse wijken vanaf 15 jaar tot de AOW-leeftijd een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit aandeel ligt boven het gemiddelde van de grootste gemeenten (6,7 procent) en heel Nederland (6,5 procent). Het aandeel AOW-uitkeringen in de naoorlogse wijken ligt onder het landelijk gemiddelde, maar boven dat van de grootste gemeenten. Dit is in lijn met de vertegenwoordiging van 65-plussers in naoorlogse wijken.

Meer huishoudens rond sociaal minimum

In 2014 moest ruim 14 procent van de huishoudens in naoorlogse stadswijken rondkomen van een inkomen onder of op het sociaal minimum. Verhoudingsgewijs wonen in de naoorlogse wijken meer sociale minima dan in de grote gemeenten en in Nederland. Van de tien naoorlogse wijken met het grootste aandeel huishoudens rond deze inkomensgrens kwamen er drie uit Amsterdam en drie uit Leeuwarden. De overige wijken liggen in Arnhem en Den Haag. In Heechterp (Leeuwarden) heeft ruim 35 procent een laag huishoudensinkomen en in Moerwijk (Den Haag) ruim een kwart.

Minder stellen en gehuwden in naoorlogse wijken

Zowel in naoorlogse wijken als in grote steden wonen naar verhouding minder stellen dan in de rest van het land. In de onderzochte wijken was 48 procent van de huishoudens alleenstaand, dit is 10 procentpunt meer dan het landelijk gemiddelde. Deze percentages waren het hoogst in Amsterdam, Den Haag en Utrecht.

Het grote aandeel alleenstaanden is terug te zien in de burgerlijke staat van de inwoners van naoorlogse wijken. In de grote gemeenten en in de naoorlogse wijken zijn naar verhouding minder mensen getrouwd dan in de rest van het land. De groep mensen die gescheiden zijn, is in de naoorlogse wijken iets groter dan gemiddeld in de grootste gemeenten en Nederland.

Bewoners naoorlogse wijken vaker van niet-westerse herkomst

In naoorlogse wijken wonen relatief veel mensen met een migratieachtergrond. Terwijl in Nederland 12 procent van de inwoners van niet-westerse komaf is, is dit in de onderzochte naoorlogse wijken 32 procent. Met name inwoners met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond zijn ruim vertegenwoordigd in deze wijken.

Laad meer Nederland
Reageren niet mogelijk

Bekijk ook

Airbnb beëindigt verwerking BSN

Het Amerikaanse bedrijf Airbnb heeft het verwerken van burgerservicenummers (BSN) gestaakt…